
De keuze van een passend communicatiehulpmiddel (ook wel spraakcomputer genoemd) is niet eenvoudig. De gebruiker en de communicatiepartner moeten de noodzaak van een hulpmiddel inzien en ermee kunnen werken. De communicatiemogelijkheden moeten door het hulpmiddel uitgebreid worden. Boodschappen die zonder hulpmiddel niet overkomen, moeten met het hulpmiddel wél overgebracht kunnen worden. Snellere samenstelling van boodschappen maakt het voor de communicatiepartner gemakkelijker om met de gebruiker te kunnen communiceren. En wat heel belangrijk is: het hulpmiddel is geen vervanger van de aanwezige communicatiemogelijkheden van de persoon, maar ondersteunt de restvaardigheden. Kortom, bij de keuze van een communicatiehulpmiddel moet uitgegaan worden van de communicatiemogelijkheden en behoeften van de gebruiker en zijn omgeving.